25 mei 2010
Gastschrijver Ruud Borman neemt ons mee op een tijdreis: Tintagel, in Cornwall, is een aaneenklontering van hotels, toeristenwinkels, vakantiehuisjes en een voormalig oud postkantoor. Aan het eind van de belangrijkste straat voert een steil afdalend voetpad door een rotsachtig dal naar de oceaan waar de rotsklomp van kasteel Tintagel als een klein, maar indrukwekkend schiereiland in zee steekt. De rotswanden ervan torenen vrijwel loodrecht omhoog en beneden bij het strand herken ik de bekende grot van Merlijn, de Keltische magier. In deze desolate uithoek werd volgens de overlevering koning Arthur geboren.Boven op de ongenaakbare rotsklomp zetelde ooit hertog Gorlois van Cornwall in zijn door weer en wind geteisterde slot. In zijn tijd regeerde Uther Pendragon over de Britten. Tijdens pauzes in de strijd tegen de binnen gevallen Saksen hield deze vorst feesten waarvoor de belangrijke adellijke heren en dames met hun gevolg werden uitgenodigd. Zo kwam ook Gorlois met zijn mooie vrouw Igraine naar het hof. Uther werd bij die ontmoeting op slag verliefd op haar en gedroeg zich dusdanig opdringerig dat Gorlois en zijn vrouw nog diezelfde avond weer afreisden naar Tintagel. De koning was door het dolle heen en wilde nog maar een ding: Igraine bezitten.
Met behulp van de toverkunsten van Merlijn slaagde hij daar ook in en bij die gelegenheid werd Arthur verwekt. In de strijd die daarop volgde tussen de legers van Uther en Gorlois sneuvelde de hertog van Cornwall. Aldus de overlevering. De werkelijkheid is dat er op de rots Tintagel geen kasteel bestond in Arthur's tijd: de eerste burcht werd hier gebouwd door de Normandiers en dat was zes eeuwen later. De kasteelruine die nog te zien is heeft dus niets met Arthur uit te staan. Dat is wellicht een teleurstelling van degenen die die altijd hebben gemeend dat Tintagel bij uitstek de exponent was van het Arthuriaanse landschap, immers woest, verlaten en een speelbal van de elementen.
De echte Arthur-fan laat zich echter niet zo maar uit het veld slaan, want dit deel van Cornwall staat immers bol van de overleveringen over de legendarische vorst en de personen die in zijn leven voor kwamen. Kasteel Kelliwick wordt bijvoorbeeld gezien als de plek waar Arthur zijn jeugd door bracht. Wellicht moeten we dit zoeken bij Castle Killibury, een prehistorisch heuvelfort bij Camelford. Nog twee andere locaties komen er voor in aanmerking; beide liggen dicht bij Tintagel en bestaan uit indrukwekkende aardwerken die veel ouder zijn dan Tintagel. In dit gebied komen we ook namen tegen als Arthur's Chair, Arthur's Cup and Saucers en Arthur's Hall.
Volgens de Annales Cambriae (Annalen van Wales), waarin jaarlijks de paasdagen werden genoteerd, maar waarin we ook historische kanttekeningen vinden, vielen Arthur en Medraut (Mordred) in de Slag bij Camlann in het jaar 538. Uit deze tekst kan niet worden afgeleid dat zij elkaars tegenstanders waren, zoals later is gesuggereerd. Reeds in de 16e eeuw meende men dat een moeras in de buurt van Slaughterbridge bij het riviertje de Camel, twee kilometer ten noorden van Camelford, de plek van Camlann was. Er is nog altijd een grote platte steen te zien die de naam van Arthur zou dragen en dus zijn graf zou markeren. De algemene lezing is echter dat de in de slag zwaar gewonde Arthur naar het eiland Avalon gebracht werd om daar door Morgana le Fay zijn wonden te laten verzorgen. Als andere locatie voor de laatste veldslag van Arthur wordt ook wel het riviertje de Cam bij Cadbury in Somerset genoemd.
De stervende Arthur gaf aan Sir Bedivere de opdracht op zijn zwaard Excalibur aan de Vrouwe van het Meer te geven. Toen de ridder het wapen met een boog had weggeslingerd rees de arm van de Vrouwe uit het water op om het zwaard op te vangen en mee naar de diepte te nemen. Twee meren lijken in aanmerking te komen voor de plaats van deze handeling die verwijst naar eeuwenoude offers in waterlichamen. De meest genoemde is Dozmary Pool, hoog in Bodmin Moor, ongeveer 15 kilometer ten zuidoosten van Camelford. Lang heeft men gedacht dat dit meer bodemloos was totdat het in 1859 droog viel. Een tweede kandidaat is het zestig kilometer naar het zuidwesten gelegen Loe Pool, het grootste meer van Cornwall. Er wordt gefluisterd dat hier nog af en toe een leger van spookridders wordt waargenomen.
| < Vorige | Volgende > |
|---|

























